Interview met GM Loek van Wely

vrijdag, 30 oktober 2026 (11:28) - Schaakblog.nl

In dit artikel:

Loek van Wely begon op vierjarige leeftijd met schaken. Zijn vader leerde hem de eerste regels, waarna hij op de kleuterschool dagelijks tegen een zuster speelde. Op school kreeg hij begeleiding van leraar Marcel van Niftrik, die hem doorstuurde naar Herman Grooten. Door zijn goede resultaten op Nederlandse jeugdkampioenschappen kwam Van Wely later bij Cor van Wijgerden terecht. Zij hadden elk invloed op een andere fase van zijn ontwikkeling: van enthousiasme en basisvaardigheden tot systematische training met de stappenmethode.

Van Wely zegt ook veel te hebben geleerd van open toernooien, waarin hij regelmatig tegen sterke Russische spelers uitkwam en hun partijen analyseerde. Zo maakte hij kennis met de Russische schaakschool. Rond zijn zeventiende maakte hij grote progressie, begon hij toernooien te winnen en drong hij door tot de wereldwijde top honderd. In 1990 speelde hij in de B-groep van het Hoogoventoernooi, waar hij onder meer verloor van de drie Polgár-zussen. Twee jaar later kwam hij uit in de A-groep en presteerde hij daar aanzienlijk beter.

Hoewel Van Wely nog altijd op hoog niveau speelt, besteedt hij thuis momenteel gemiddeld nauwelijks tijd aan schaken. Zijn gezin, sport en bestuurlijke activiteiten krijgen voorrang. Op toernooien staat zijn leven wel volledig in het teken van de sport. Hij wil op termijn dagelijks ongeveer twee uur trainen, maar vindt het aanvaardbaar dat dit er nog niet van komt zolang zijn niveau redelijk op peil blijft. Alleen wanneer gebrek aan voorbereiding de Nederlandse ploeg belangrijke resultaten kost, zou hij zijn prioriteiten willen aanpassen.

Als voorbeeld van zijn huidige spelpeil bespreekt Van Wely een partij tegen Duitsland. Achteraf zag hij dat hij eerst op d6 had moeten slaan en daarna met Lg5 het paard op f6 moest aanvallen. Daarmee zou hij het veld d6 voor het paard hebben weggenomen en zijn eigen pion op e4 hebben beschermd. Hij koos echter een andere strategische richting en miste daardoor waarschijnlijk een winstkans. Volgens hem kunnen computers aantonen dat een stelling gewonnen is, maar blijft het moeilijker om zonder die hulp het onderliggende concept te doorgronden.

Van Wely omschrijft zijn speelstijl als agressief en drukzettend, maar niet per se als voortdurend aanvallend. Hij zoekt vaak naar de beste, meest concrete zet en accepteert daarbij een kleine foutmarge. Zo kan hij een pion winnen terwijl hij de tegenaanval van zijn tegenstander moet opvangen. Die aanpak levert veel punten op, maar kan tegen spelers van boven de 2700 ook hard worden afgestraft. Zijn kracht ligt vooral in de fase na de opening en in eindspelen. Waar jonge spelers volgens hem vaak sterk voorbereid uit de opening komen maar daarna minder goed weten hoe ze verder moeten, voelt hij zich juist in die latere fase comfortabel.

Een belangrijk hoofdstuk uit zijn carrière is zijn rivaliteit met Jan Timman. Van Wely vond dat Timman, ooit een van de beste westerse schakers, door hun onderlinge strijd extra gemotiveerd raakte om te bewijzen wie de beste Nederlander was. De rivaliteit duurde ongeveer tien jaar en leidde soms tot stevige berichtgeving in de media, maar mondde uiteindelijk uit in wederzijds respect en vriendschappelijke omgang buiten het bord. In hun partijen was het volgens Van Wely echter altijd een gevecht. In een match eindigde het klassieke gedeelte op 5-5; Van Wely won vervolgens de tiebreak. Hij noemt onder meer zijn overwinning op Timman in Wijk aan Zee in 1997 als een partij die hij gebruikt bij trainingen.

Van Wely kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn loopbaan. Hij denkt nog geregeld aan zijn ongelukkige uitschakeling tegen Michael Adams in de kwartfinale van de World Cup in Groningen in 1997 en aan zijn bronzen medaille op het jeugd-WK onder zestien jaar. Nederlandse titels blijven bijzonder, al relativeert hij dat wanneer iemand er veel heeft gewonnen. Een nieuwe titel zou hij vooral willen behalen om zijn kinderen te laten zien dat hun vader het nog steeds kan.

Naast het schaken was Van Wely enkele jaren actief in de politiek. Via Kees Eldering werd hij benaderd voor Forum voor Democratie. Hij besloot snel mee te doen, aanvankelijk zonder verwachting dat hij een parlementaire functie zou krijgen. Twee jaar later kwam hij toch in de Eerste Kamer terecht. De combinatie met werk in de Brabantse Provinciale Staten en lokale politieke activiteiten putte hem uit. Hij voelde zich bovendien zowel van buiten de partij als binnen de partij onder druk gezet: buiten werd hij als extreemrechts gezien, binnen als te links.

Van Wely zegt dat hij in de Eerste Kamer vooral onafhankelijk en inhoudelijk wilde opereren, maar vond dat daar te veel partijpolitiek werd bedreven. Inmiddels voelt hij zich meer thuis bij JA21. Hij is penningmeester van JA21 Noord-Brabant en van de lokale partij Dynamisch Democratisch Oss, die bij de laatste verkiezingen de op één na grootste partij van Oss werd. Zelf claimt hij daarvoor weinig eer, maar hij blijft op de achtergrond actief.

Zijn leven buiten het bord bestaat verder uit zijn gezin, fitness en hardlopen. Hij doet mee aan een HYROX-evenement in Boedapest en wil aan het einde van het jaar de Maasdijk Marathon lopen. Ook pokerde hij vroeger intensiever. Sinds zijn politieke loopbaan en de geboorte van zijn kinderen speelt hij nog hooguit één avond per week in het casino. Hij zegt winstgevend te spelen, maar er niet rijk van te worden.

Van Wely werkte in het verleden als secondant samen met onder anderen Gata Kamsky, Veselin Topalov en Vladimir Kramnik. Vooral de samenwerking met Kamsky en Topalov, toen nog zonder computers, vond hij inhoudelijk waardevol. Tegenwoordig neemt de computer volgens hem een groot deel van de creatieve discussie over. Ook bij toernooien is daardoor veel van de vroegere sfeer verdwenen: partijen worden minder gezamenlijk geanalyseerd en er wordt minder enthousiast gevluggerd.

Op de recente Schaakolympiade was Nederland als zesde geplaatst en was een medaille de ambitie. De ploeg won aanvankelijk enkele wedstrijden nipt, maar verloor de belangrijke duels tegen India en Oezbekistan 2, met 3½-½. In de slotronde tegen Duitsland waren er kansen, maar Van Wely miste een winstmogelijkheid, Jorden van Foreest verloor en Anish Giri stond verloren. Nederland eindigde daardoor als zestiende en verloor ongeveer 45 ratingpunten. Voor Van Wely telt vooral een medaille; een vijfde plaats zou wel beter hebben gestaan in de statistieken, maar geen blijvende voldoening hebben gegeven.

Over de toekomst van het Nederlandse schaak maakt Van Wely zich zorgen. Dat hij nog steeds de nummer drie van Nederland is, ziet hij enerzijds als bewijs dat hij nog sterk is, maar anderzijds als mogelijk teken dat de aanwas beperkt blijft. Hij hoopt dat Max Warmerdam terugkeert naar zijn eerdere niveau, maar verwacht dat hij zelf nog enkele Olympiades nodig zal zijn zolang hij competitief blijft.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen over premier Rob Jetten: ‘Mark Rutte was hónderd keer beter...’