Interview met Jan Jaap Janse

vrijdag, 19 juni 2026 (13:42) - Schaakblog.nl

In dit artikel:

Als jongen van een jaar of tien ontdekte de geïnterviewde een dorps­schaakclubje zonder klok en notatie, stapte later over naar de club in Alblasserdam en groeide uit tot een serieuze speler met een rating rond 2100 (piekte iets boven 2200). Hoewel hij nooit topklassespeler werd — hij speelde op zijn hoogst eerste klasse en houdt zichzelf liever voor een “handige” dan een briljante schaker — geniet hij vooral van rapidpartijen, teamduels en de spanning in tijdnood.

Privé en professioneel: hij studeerde bedrijfseconomie in Rotterdam en werkt nu bij het ministerie van Volksgezondheid, waar hij betrokken is bij financiering en het aanpakken van problemen in de jeugdzorg. Zijn schaakhart ligt evenveel bij het sociale en organisatorische deel van de sport als bij het spel zelf: hij schrijft jubileumboeken, waardeert menselijke verhalen binnen verenigingen en is lange tijd bestuurlijk actief geweest.

In Utrecht vond hij zijn club: Paul Keres. Toen hij ruim vijfentwintig jaar geleden naar de regio verhuisde, ging hij op aanraden van bekenden naar verschillende clubavonden en koos uiteindelijk voor Paul Keres vanwege de sfeer en het niveau. Kort na zijn komst werd hij op relatief jonge leeftijd (ongeveer 28) voorzitter van de club. Als voorzitter en later organisator zette hij veel energie in het laten groeien van de vereniging en het opbouwen van het OKU-weekendtoernooi, waarmee hij trots is op de bloeiende clubcultuur die daaruit ontstond.

Het OKU (het Utrechtse weekendtoernooi) groeide de afgelopen jaren flink: vorig jaar trok het 320 deelnemers, meer dan een verdubbeling ten opzichte van eerdere jaren. Het toernooi — ooit begonnen als studenten­kampioenschap van Utstud en inmiddels een open evenement — staat er organisatorisch solide voor; dit jaar is de 51ste editie en hij draagt het stokje voor het OKU geleidelijk over aan Bas de Boer (ongeveer 27 jaar). Hij ziet het overdragen als gezond: frisse impulsen zijn welkom zodra de logistiek en sponsoring goed geregeld zijn.

Naast club- en toernooiwerk bouwde hij ook grotere evenementen uit: in 2024 trad hij op als directeur van het Nederlands Kampioenschap, gehouden in stadion Galgenwaard. Omdat de vorige directeur ziek werd, werd hij gevraagd en zag direct kansen om het stadion te benutten voor meer dan alleen partijen van grootmeesters — nevenevenementen en een NK-snelschaak voor clubteams leverden extra publiek en levendigheid op. Een hoogtepunt was de onverwachte inschrijving van Jan Timman, die na 17 jaar weer meedeed; die deelname zorgde voor extra publiciteit en blije toeschouwers. Als toernooidirecteur fungeerde hij als gezicht naar buiten, regelde hij mediacontacten en coördineerde zaalindeling en nevenactiviteiten, met steun van de praktische kracht Koos Stolk.

Hij is tevens betrokken bij de bredere schaakcommunity in Utrecht: het ontstaan van een ‘Beer & Chess’-community — jonge kroegschakers die niet per se lid zijn van clubs — leidde tot een nieuw kroegloperstoernooi in de stad, dat vorig jaar zo’n 200 spelers trok en opnieuw wordt georganiseerd. Deze initiatieven tonen volgens hem aan dat schaakparticipatie tegenwoordig ook buiten traditionele verenigingen plaatsvindt en dat evenementen die verschillende doelgroepen verbinden succesvol kunnen zijn.

Persoonlijke anekdotes illustreren zijn betrokkenheid: hij geniet van de strijd in teamwedstrijden, herinnerde zich de vermoeide Sergei Tiviakov die in het NK even in slaap viel bij de organisatie, en noemt Jan Timman als favoriete schaker vanwege zijn eigen generatieband. Voor de toekomst roept hij schakers en bezoekers op om bijdragen te leveren aan platforms zoals Schaaksite, zodat verslaggeving en gemeenschapsvorming kunnen worden voortgezet.

Kortom: een organisator en clubman die, naast spelen, vooral waarde hecht aan mensen, verhalen en het bijeenbrengen van verschillende schaakgroepen — met meetbare resultaten in groeiende toernooien en geslaagde grote evenementen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Jan Paul van Hecke: 'Wereldkampioen worden, dan kan het helemaal niet meer stuk!'