Interview met Koos Stolk
In dit artikel:
Koos, een bekende maar bescheiden kracht in de Nederlandse schaakwereld, vertelt hoe hij na een aarzelende start toch volledig door het schaakspel werd gegrepen. Als kind leerde hij het spel van een vriend van zijn oudere broer, maar na een snelle nederlaag met het herdersmat liet hij het jarenlang liggen. Pas via een schooltoernooi en later, op zijn vijfentwintigste, via een vriend en een schaakboek van Euwe en Den Hertog, raakte hij echt betrokken bij de clubwereld.
Zijn grote liefde bleek al snel niet alleen het spelen, maar vooral het organiseren. In Groningen hielp hij mee bij Schaakclub Groningen, werd intern competitieleider en arbiter, en groeide daarna uit tot een vaste organisator van grote toernooien. Hij stond onder meer aan de wieg van de Spassky’s, was betrokken bij internationale evenementen zoals het FIDE-wereldkampioenschap-knock-outtoernooi van 1997 en werkte later vanaf 2000 voor de KNSB, eerst voor evenementen en later ook voor competitie en ledenadministratie. Inmiddels is hij daar aan het afbouwen richting pensioen, maar hij blijft actief bij toernooien als het NK, Open NK en Tata Steel Chess, waar hij de amateurtoernooien coördineert.
In het gesprek benadrukt hij dat hij liever op de achtergrond werkt dan in de spotlights te staan. Organiseren noemt hij zijn grootste drijfveer: mensen bij elkaar brengen, alles strak regelen en iets neerzetten dat klopt. Hij signaleert ook veranderingen in de schaakwereld, zoals meer inschrijvingen van spelers die onvoldoende weten hoe toernooien werken, iets wat volgens hem sinds corona sterker is geworden. Tegelijk ziet hij kansen, onder meer door het opnieuw invoeren van spannende tijdnoodfases en door in Haarlem een nieuw weekendtoernooi en mogelijk dag-schaak voor senioren op te zetten, omdat daar volgens hem duidelijk behoefte aan is.
De Oranjezomer: Chris Woerts haalt uit: ‘De KNVB heeft boter op het hoofd!’